Loudon, James

Zoeken naar begrippen

Begrippenlijsten

Term Definitie
Loudon, James

James Loudon werd op 8 juni 1824 in Den Haag geboren. Zijn vader, Alexander Loudon, was van Schotse afkomst en was in 1811 op Java gearriveerd met de invasievloot van Raffles. Na de Engelse periode bleef hij in Indië en was resident te Banjoewangi en Semarang en actief in de suiker en indigo. James bezocht het stedelijk gymnasium in Zutphen en studeerde rechten vanaf 1841 in Leiden. Na zijn promotie in 1846 vertrok hij direct teug naar Indië. Hij was advocaat in Batavia en in 1854 trad hij in dienst als regeringscommissaris en werd belast met het ontwerpen van wettelijke bepalingen voor de bezittingen buiten Java en Madoera. Hij bezocht de Molukken, Banda en Billiton. Hij trouwde in 1855 met Louise de Stuers, dochter van een Indische legercommandant. In 1857 keerde hij terug naar Nederland om binnen het ministerie van koloniën zijn loopbaan voort te zetten. In 1861 werd hij zelfs minister van dit departement. Na de val van het kabinet werd hij in 1862 benoemd tot commissaris van de koning in Zuid-Holland. Bijna tien jaar later benoemde Koning Willem III hem tot gouverneur-generaal van Nederlands-Indië, van 1 januari 1872 tot 26 maart 1875 (benoemd bij K.B. van 4 mei 1871, ontslag bij K.B. van 17 december 1874).

Onder Loudon werd Indië meer centraal geleid. Onder zijn bewind kwam ook een lijst van regelingen en wetboeken tot stand. Er traden ook verschuivingen op met betrekking tot de relatie met inheemse bevolking. Opvoeding tot zelfstandigheid begon daarin door te klinken, maar ook de stelling dat dit slechts mogelijk werd als je het hele gebied effectief beheerste.

Tijdens de bewindsperiode van Loudon startte de Atjehoorlog. In 1873 zond hij een militaire expeditie van 3000 man naar Atjeh onder bevel van generaal Kohler. Nederland was bang voor interventie van andere buitenlandse staten op Sumatra en Atjeh had rond 1870 een zwak bestuur. Atjeh was belangrijk geworden vanwege de nieuwe vaarroutes op Indië door de opening van het Suezkanaal.  In Batavia ging het gerucht dat de sultan van Atjeh een beroep had gedaan op de Amerikaanse consul in Singapore. Loudon kon toen niet anders dan ingrijpen. Deze eerste expeditie eindigde in een debacle. De sultan weigerde het Nederlandse gezag te accepteren. Loudon kreeg in Nederland en in Indië zware kritiek te verduren, omdat hij de vijand onderschat had en vele inschattingsfouten had gemaakt. Nadat hij de gesneuvelde bevelvoerder Kohler de schuld gaf, joeg hij de publieke opinie, het Indisch leger en het Europees bestuur tegen zich in het harnas. Loudon besefte dat zijn rol was uitgespeeld en voeg en kreeg ontslag voor zijn ambtsperiode was verstreken. Hij overleed op 31 mei 1900 in Den Haag.

Bronnen
-           P.A. van der Lith, Encyclopaedie van Nederlandsch-Indië, deel 2 (1896-1905), p.437-438.
-           J. Bezemer, Beknopte Encyclopaedie van Nederlandsch-Indië (1921) p.297.
-           L.P. van Putten, Ideaal en werkelijkheid, Gouverneurs-generaal in dienst van de Staat 1796-1945 (2002), p.146-149.
-           P.C. Molhuysen en P.J. Blok, Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel 3 (Leiden 1914), p.790-795.
-           https://nl.wikipedia.org/wiki/James_Loudon (20-11-2017)

Vernoemingen in Indische buurten (aantal keren)
Loudonstraat (2)

 

Author - Dick Rozing
Hits - 258
Synoniemen: Loudon