Suriname

Search for glossary terms (regular expression allowed)

Glossaries

Term Main definition
Suriname

Suriname is een republiek in het noorden van Zuid-Amerika, met als hoofdstad Paramaribo. Suriname heeft een oppervlakte van 163.270 km2 en 470.784 inwoners. Suriname werd in 1975 onafhankelijk van Nederland. Suriname was eeuwenlang een kolonie van Nederland. Toen het land in 1975 onafhankelijk werd van Nederland, verhuisden veel Surinamers naar Nederland.

Bestuur en administratieve indeling
Suriname is een presidentiële republiek met een parlementaire democratie. De president wordt eens in de vijf jaar gekozen door het parlement. Hij is staatshoofd, opperbevelhebber en regeringsleider. Die laatste taak voert hij uit samen met de vice-president, die ook door het parlement wordt gekozen. De president benoemt de ministers. Het parlement heet De Nationale Assemblée en heeft 51 leden, die voor vijf jaar gekozen worden door de bevolking. Daarin zitten de in totaal 879 leden van alle gekozen raden van het land. Suriname is ingedeeld in tien districten: Paramaribo, Brokopondo, Commewijne, Coronie, Marowijne, Para, Wanica, Sipaliwini, Saramacca en Nickerie. De districten worden beheerd door een districtscommissaris, die door de regering benoemd wordt. De districten zijn weer onderverdeeld in ressorts.

Bevolking
In Suriname wonen verschillende bevolkingsgroepen. De grootste groep zijn de Hindoestanen, die ongeveer 37% van de bevolking vormen. Zij komen oorspronkelijk uit India. Een andere grote groep zijn de stadscreolen: 31%. Zij stammen, net als de boslandcreolen, af van Afrikaanse slaven. De boslandcreolen wonen in het regenwoud. Daar wonen ook de meeste indianen. Verder wonen er Javanen, Chinezen en Europeanen. De meeste mensen wonen in de kuststreek. De rest van de bevolking woont in kleine nederzettingen langs de kust en langs de rivieren.

De officiële taal is Nederlands. De meest gebruikte taal is het Sranantongo, oorspronkelijk een creoolse taal van de slaven. Er wordt ook veel Hindi, Javaans en Chinees gesproken.

Ook wat de religie betreft is de bevolking veelzijdig. De meeste creolen zijn christelijk (zowel katholiek als protestants). Velen van hen hangen tegelijk de Winti-cultus aan. Dat is een geloof in bovennatuurlijke wezens dat gebaseerd is op West-Afrikaanse religies. Van de Hindoestanen is 80% hindoe. De Javanen zijn meestal moslim.

Landschap en klimaat
Suriname kent ruwweg drie landschappen: kustvlakte, savanne en bergland. In het noorden ligt de kustvlakte. Dat is een laag gebied, dichtbevolkt en met moerassen. De kustvlakte is in het westen circa 100 kilometer breed en in het oosten 26 kilometer. Ten zuiden van de kustvlakte ligt een gebied met golvende heuvels. Door brandstichting is hier het oorspronkelijke oerwoud verloren gegaan. Er ontstond een onvruchtbaar savannelandschap, graslanden met hier en daar wat bomen en struiken. Dit gebied is in het westen circa 40 kilometer breed en in het oosten 15 kilometer.
Het grootste deel, zo'n 80%, van het land bestaat uit bergland. Het is een onderdeel van het Hoogland van Guyana, dat doorloopt in de buurlanden. Het gebied is bedekt met dichte regenwouden. De bergen zijn sterk verweerd. De grootste hoogten worden bereikt op de Julianatop (1280 m) en de Tafelberg (1080 m) in het Wilhelminagebergte.
De meeste rivieren stromen van zuid naar noord. Ze zijn vaak de enige transportweg in het regenwoud. De grootste rivieren zijn de Corantijn en de Marowijne. In beide komen talrijke eilanden voor en aan de monding is de breedte circa 10 km. De andere grote rivieren zijn de Coppename, de Saramacca en de Suriname. In de Surinamerivier is een stuwdam gebouwd, waardoor het Brokopondostuwmeer is ontstaan. Suriname heeft een tropisch regenwoudklimaat. Het is er dus het hele jaar door warm en vochtig. Aan de kust is het gemiddeld 26 à 27 °C.

Economie
De economie van Suriname is sterk afhankelijk van bauxiet (aluminiumerts). Dat is veruit het belangrijkste exportproduct. De rijkdom aan olie en timmerhout wordt langzamerhand steeds meer geëxploiteerd. Dat gaat wel eens ten koste van het regenwoud en van de mensen en dieren die daar leven. In de jaren 1980, tijdens de militaire regeringen, ging het slecht met de economie. Er was veel inflatie en de schuld aan het buitenland liep op. Toen er in 1991 weer een burgerregering kwam, kreeg Suriname weer hulp uit andere landen en ging het beter met de economie. De overheid had toen een sluitende begroting: net zoveel inkomsten als uitgaven. President Wijdenbosch (1996-2000) startte allerlei dure projecten waarvoor niet genoeg geld in de staatskas was, zodat de staatsschuld weer opliep. Een van die projecten was de bouw van een brug over de Surinamerivier. Na 2000 probeerde de nieuwe regering de begroting weer op orde te brengen. 
In 2006 trad Suriname toe tot de Caribbean Single Market and Economy. De bedoeling daarvan is de vorming van één markt, zonder invoerrechten.

Geschiedenis
Waarschijnlijk heeft Columbus in 1498 de kust van Suriname gezien. Omdat er geen goud was, vonden de Spanjaarden het geen interessant gebied. Er woonden toen indianen van de Carib-, de Warrau- en de Arawak-volken. Pas honderd jaar later kwamen de eerste kolonisten. Rond 1630 was er een levendige Engelse kolonie bij de Surinamerivier. In 1667 veroverden Zeeuwen het gebied. Vanaf 1683 werd de kolonie bestuurd door de Sociëteit van Suriname, waarvan de West-Indische Compagnie, de stad Amsterdam en de familie Van Aerssen de eigenaars waren. De Nederlanders haalden slaven uit Afrika voor het zware werk op de suiker- en koffieplantages. Suriname werd in 1799 weer door de Engelsen veroverd. Zij verboden in 1806 de aanvoer van nieuwe slaven uit Afrika. In 1815 werd Suriname weer Nederlands. Wel werd het westelijke deel van het land een Britse kolonie, Brits Guiana, het huidige Guyana. Toen de slavernij in 1863 werd afgeschaft, waren er ongeveer 30.000 slaven in Suriname. Nederland haalde toen Hindoestanen uit India en Oost-Afrika voor het werk op de plantages. Er werden ook Chinese contractarbeiders geronseld, en arbeiders uit Java. In het begin van de 20ste eeuw ging het slecht met de plantages, waardoor veel mensen werkloos waren. Pas rond 1930 werd andere werkgelegenheid gevonden, in de bauxietmijnen. Op deze winstgevende industrie kwamen veel Nederlanders en Amerikanen af, waardoor steeds meer Surinamers naar een eigen staat gingen verlangen. Na de Tweede Wereldoorlog kreeg het land zelfbestuur (1948) en in 1975 werd het onafhankelijk.

Bron
-     Winkler Prins, https://www.winklerprins.com/online/studie/ (13 april 2019)

Vernoemingen in Indische buurten (aantal keren)
Surinamelaan (2), Surinameplein (3), Surinamesingel (1), Surinamestraat (19), Surinameweg (5). Totaal 30.

Author - Dick Rozing
Hits - 98